trompet

Trompet (NL), Trompete (D), trumpet (E), tromba (IT), trompette (FR), trompeta (SP)

FAMILIE: koperen blaasinstrumenten: aërofonen
STEMMING: C / Bes
TOONOMVANG: ruim 2½ octaven: fis-c3 geschreven; de bes-trompet klinkt grote secunde lager dan genoteerd. Er zijn ook trompettisten die nog hoger spelen, zogenaamde high blowers, maar om dat te kunnen moet je een goede blaastechniek en een geschikte embouchure hebben
MATERIAAL: messing, goudmessing, geelkoper, nieuwzilver; overwegend cilindrisch boring, 11,65 - 11,73 mm
GROOTTE: 46 cm. De totale buislengte is 1,1-1,4 meter
GEWICHT: 1,2 kilo.

De trompet is een van de oudste instrumenten, al 2000 jaar voor Christus kwamen trompetachtige instrumenten voor. Het prototype bestond uit een hoorn van een rund. ln de Bijbel wordt de vernietigende kracht van de bazuin al beschreven, in de Egyptische oudheid werden ze de trompetten van Toetanchamon genoemd. De naam komt van tromba, Latijn/Italiaans voor bazuin: trombetta = kleine bazuin, trombone = grote bazuin. De Romeinse buccina, een signaalhoorn, was een gebogen blaasinstrument dat wel drie meter lang kon zijn. Halverwege zat een houten lat waarmee het instrument steunde op de schouder van de speler. Met de instorting van het Romeinse Rijk ging de kunst van het buigen van de buis echter voor honderden jaren verloren. Voor een lange tijd waren metalen hoorns altijd recht omdat niemand meer wist hoe ze te buigen.

buccina
      buccina

De moderne trompet stamt af van de de busine (buisine) uit de 11e eeuw die voor het eerst opduikt in Zuid-Italië. Dit instrument, ook wel herautentrompet genoemd, was 1 tot 2 meter lang. Er ontwikkelden zich twee vormen van de busine: één met gebogen conische buis - waaruit de hoorn zou ontstaan - en één met een rechte cilindrische buis, waaruit later de trompet en trombone zouden ontstaan. In de 14e eeuw wordt de trompet ontwikkeld tot het instrument met de huidige vorm, de tweevoudig gewonden bugelvorm. Er konden toen vier natuurtonen gespeeld worden. In de 15e eeuw kwamen schuiftrompetten in gebruik.

De trompetten werden vooral als signaalinstrument gebruikt, voor militaire doeleinden, voor de jacht, voor (kerkelijke) plechtigheden en bij feestelijke gelegenheden in paleizen. Dit bleef zo tot diep in de 16e eeuw.

In de baroktijd (vanaf 1600) werd de trompet geweldig populair. De hoge tonen waren uiterst lastig te blazen en werden alleen beheerst door specialisten, de clarinoblazers, die daarvoor speciale mondstukken gebruikten. Door extra buizen tussen het mondstuk en het instrument te plaatsen, kon een toon verlaagd worden. Hiervoor moest wel een muziekstuk onderbroken worden!

Door het maken van schuiftrompetten, Inventionstrompeten (trompetten met een U-vormige stembuis) en trompetten met kleppen werd in de 18e eeuw geprobeerd de trompet te verbeteren. Pas aan het begin van de 19e eeuw werd de ventieltrompet uitgevonden. Het eerste werkende ventiel werd door Heinrich Stölzel in 1815 bedacht en het ventiel zoals we dat nu kennen door François Périnet in 1839. Daardoor is het aantal tonen die de trompet kan voortbrengen aanzienlijk uitgebreid. De trompet werd daardoor een volwaardig melodie-instrument. In de tweede helft van de 18e eeuw kreeg de trompet dan ook een vaste plaats in het (symfonie)orkest, gewoonlijk twee trompetten, vaak gecombineerd met pauken. Tegenwoordig worden meestal drie of vier trompetten voorgeschreven in orkesten. De trompet wordt in veel muziekstijlen gebruikt. Klassiek, jazz en popmuziek, overal kun je het instrument tegenkomen.

De trompet is één van de hoogst klinkende koperen blaasinstrumenten met een heldere toon. De trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt, en wordt daarom tot het scherpe koper gerekend. De boring varieert, met een trompet met een wijdere boring krijg je een wat luidere, maar warme klank, en zijn de lage tonen makkelijker te spelen; met een nauwere boring zijn de hoogste tonen gemakkelijker te spelen, is het makkelijker zacht en zuiver te spelen, maar de klank is wat scherper. Door de eeuwen heen zijn de mondpijp (het eerste gedeelte na het mondstuk) en de beker ook steeds meer conisch geworden om het instrument makkelijker bespeelbaar te maken. Om geluid uit een trompet te krijgen moet de lucht krachtig en met de hulp van de embouchure geblazen worden. Het geluid van de trompet wordt dan geproduceerd door het vibreren van de lippen tegen het komvormige, koperen ketelmondstuk, waardoor de luchtkolom in de buis gaat trillen en een toon ontstaat. Staccato tonen worden met een tongslag uitgevoerd (tijdens het blazen een toonloze letter t uitspreken), snelle figuren met een dubbele tongslag (t - k), zeer snelle triolen met driedubbele tongslag: t - k -t of t - t - k.

Door het indrukken of loslaten van pompventielen, kun je op de trompet verschillende tonen maken. Deze ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden. De moderne trompet heeft drie ventielen. Met een trigger, een uitschuifbaar buisje, kan meestal het eerste en derde ventiel nog wat bijgestemd worden. De mondpijp komt uit in de stempomp, de eerste bocht in de buis, dat je een stukje kan uittrekken om de trompet te stemmen. Soms kan je bij een trompetmodel kiezen uit verschillende mondpijpen, bekers en stempompen. Duitse trompettisten spelen gewoonlijk op trompetten met draaiventielen.

Van de natuurtrompet zijn vroeger instrumenten ontwikkeld in vrijwel alle stemmingen. Al naar gelang de toonaard van de te spelen muziek blies men op een A-trompet, Bes-trompet, C-trompet, enz. Vroeger waren vooral D- en Es-trompetten populair, nu vooral de C- en Bes-trompetten. De C-trompet klinkt wat helderder dan de Bes-trompet. Er zijn trompetten in allerlei maten: van de piccolo trompet (bereik d1-f3) tot de bas trompet (bereik E-c2). De meest gangbare (sopraan) trompet in de jazz, pop en de harmonie- en fanfareorkesten, maar ook bij dweilorkesten, is de Bes-trompet. De C-trompet wordt vooral in de klassieke muziek gebruikt.

Een pocket trompet is uitgerold net zo lang als een gewone trompet, maar ziet er dus veel kleiner uit. De klaroen of signaaltrompet is een trompet zonder ventielen waarmee je dus alleen natuurtonen kunt spelen.

Trompetdempers

dempers

Hiernaast zie je afbeeldingen van allerlei soorten dempers, die in de klankbeker van bijvoorbeeld een trompet passen. Ze worden gebruikt om het volume te verkleinen (oefendempers), maar meestal voor de speciale klankeffecten. Dempers worden vaak gemaakt van aluminium, maar ook van hout of kunststof. Een demper heet ook wel sordino of mute. De bekendste effectdempers zijn de straight mute, de cup mute, de harmon, de plunger  (de 'gootsteenontstopper') en de bucket mute (ook velvet mute genoemd). Met een demper spelen klinkt niet alleen anders, het speelt ook zwaarder en de toonhoogte stijgt vaak iets, dus je moet bijstemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pin It